Het bevolkingsonderzoek naar
borstkanker in Vlaanderen bewijst
jaarlijks zijn nut. Dat zegt het
Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid
in een mededeling. In enkele kranten
werd donderdag bericht dat een
nieuwe internationale studie het nut
van screeningsprogramma’s in twijfel
trekt. Ook epidemioloog Luc Bonneux
waarschuwt in de kranten dat
borstkankerscreening altijd een
risico inhoudt.
"De straling van de mammografie is
schadelijk en een arts kan ook een
tumor vinden en de vrouw behandelen,
hoewel dat niet nodig is", zegt
Bonneux.
Volgens het Vlaams
Agentschap Zorg en Gezondheid worden
dankzij het onderzoek intussen 48
procent van de vrouwen tussen 50 en
69 jaar tweejaarlijks gescreend op
borstkanker. Dat betekent 358.650
vrouwen in 2008-2009. Bij 4 tot 5 op
de 1.000 vrouwen wordt borstkanker
vastgesteld. Jaarlijks gaat het om
ongeveer 800 vrouwen.
Het agentschap wijst erop dat
dankzij die georganiseerde screening
bij 23 tot 30 procent van die
vrouwen de borstkanker in een vroeg
stadium kon worden opgespoord. "Dat
betekent een kleinere ingreep voor
de vrouw en een overlevingskans van
93 procent na vijf jaar. Het
opsporingsprogramma bewijst daarmee
elk jaar zijn nut", luidt het.
Het agentschap benadrukt ook dat
Vlaanderen met zijn
bevolkingsonderzoek de Europese
aanbevelingen volgt, "die gebaseerd
zijn op uitgebreid internationaal
wetenschappelijk onderzoek. Die
aanbevelingen worden permanent
getoetst en zo nodig aangepast aan
nieuwe onderzoeken en inzichten."